Richard van der Keur
  • WELKOM
  • NIEUWS
  • BLOGS EN MEER
    • Van de voorganger
    • Overwegingen >
      • Alles wat ademt
    • Artikelen
    • Kort verslag
  • MUZIEK
    • youtube en spotify
    • liedconcert
    • liedteksten
  • AGENDA
  • CONTACT

Dans met een open einde

8/12/2025

 
AfbeeldingFoto Unsplash
“Ik hou niet van zekerheid”, zegt Elif Shafak, een Turkse schrijfster. Hoe vaak hoor je iemand dit zeggen? Zekerheid, daar gedijen wij doorgaans goed op. Daar waar getornd wordt aan onze vermeende zekerheden, ontstaat vaak onrust. En soms staan die vermeende zekerheden ook nog eens tegenover elkaar. De zekerheid van de een, is niet per se ook die van de ander.
 
Elif Shafak spreekt over zekerheid in de televisiedocumentaire Sign of the times. Daarin komen theologen, filosofen, wetenschappers en schrijvers aan het woord over het thema religie. Ook het begrip zekerheid wordt aangestipt. “Mensen die diepgelovig of juist overtuigd atheïst zijn, kunnen erg overtuigd van hun eigen waarheden zijn”, zegt Shafak. “Mensen die overtuigd atheïst zijn, willen het geloof uitbannen. Mensen die strenggelovig zijn, willen twijfel uitbannen. Maar ik denk dat wij als mens geloof en twijfel nodig hebben, tegelijkertijd. Geloof en twijfel moeten samen dansen.” Zij heeft zich altijd meer verwant gevoeld met eigenzinnige mystici die de randen opzoeken en dingen bevragen. “We zijn constante nomaden, we leren permanent, we zijn altijd in beweging.” Als nomade maak je een reis met een open einde.
 
Ik mag met deze stof aan de slag in de nieuwe opleiding die ik dit najaar ben begonnen aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht. Voor mij een zeer interessante aanvulling op de opleiding Theologie, Levensbeschouwing en Geestelijke Begeleiding aan het OVP in Bilthoven. Opleidingen in vrijzinnig perspectief, dus opleidingen waarbij ruimte is voor een niet-zekerweten. Eerder ben je hier een nomade.
 
Zou iemand als Etty Hillesum deze benaming ook passen? Ik moet hieraan denken in de voorbereidingen van de eerstvolgende gespreksochtend. Zij was joods en 27 jaar jong toen zij haar eerste dagboek begon ten tijde van de Duitse bezetting. Literair begaafd, ontembaar en onverschrokken. In 1981 verscheen haar schrijven in boekvorm, Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum. Een innerlijke reis die is doorweven van een intense spiritualiteit. Schrijven was voor haar een manier om orde te scheppen in haar gedachten en gevoelens, vaak bepaald door helse ontwikkelingen gedurende de bezetting. Wij zien hoe zij zich rechtstreeks tot God richt, op geheel eigen wijze, los van welke conventies ook.
 
“Ik aanvaard alles uit jouw handen, mijn God, zoals het komt”, schrijft zij. “Ik weet, dat het altijd goed is. Ik heb ervaren dat men, door al het zware te dragen, het verkeren kan in het goede.” Woorden van gewicht, want geschreven in de harde werkelijkheid waarin de enige zekerheid leek die van de brute wens van totale vernietiging van het joodse volk, waartoe ook zij behoorde. Etty Hillesum stierf dan ook op ca. 30 november 1943 in vernietigingskamp Auschwitz.
 
Zolang zij kon, heeft zij geschreven. Daarmee laat zij een schat aan teksten achter die ons ook nu nog kunnen inspireren. Teksten die ook voorbijkomen in onze huidige reeks Zielsplekken – gespreksochtenden – met als thema Vensters op het mysterie. Dit seizoen richten we ons op teksten van mystici door de eeuwen heen, heden en verleden. Mensen in hun eigen tijd van leven, in de werkelijkheid van toen, opgegroeid met conventies die wellicht de onze niet meer zijn, maar waartoe zij zich wel degelijk moesten zien te verhouden. Na Augustinus en Teresa van Avila komen we nu aan bij Etty Hillesum. Een vrouw die als een constante nomade telkens weer haar eigen gevoelens en gedachten bevroeg. Zij leerde permanent, geestelijk altijd in beweging.  “Velen, die heden ten dage verontwaardigd zijn over onrechtvaardigheden, zijn eigenlijk alleen verontwaardigd, omdat die onrechtvaardigheden hún gebeuren”, schrijft Etty Hillesum. “Het is dan ook geen echte verontwaardigheid die diep wortelt.”
 
Het is een benadering die bescheiden stemt. Een benadering waarmee je niet alleen de wereld bevraagt, maar ook je eigen waarheden, en daarmee je eigen zekerheden. Interessant is ook om telkens weer te ontdekken hoezeer een langgeleden geschreven tekst als deze vaak nog zo kan raken aan onze eigen geleefde werkelijkheid. Want zie, buitelen ook nu de geuite verontwaardigdheden niet dagelijks over elkaar heen. Daar wordt dan vervolgens even zo gretig verslag van gedaan via de (sociale) media, liefst realtime, wat dan elders weer nieuwe verontwaardiging oproept. Probeer te midden van zoveel verontwaardiging de oprechtheid nog maar eens te zien.
 
We kunnen altijd beginnen bij onszelf. Onszelf bevragen. Op het moment van het verschijnen van deze editie van Samengaan is het advent. Met de komst van het Lichtende Kind dient zich een nieuwe tijd aan, een tijd van vrede. Zekerheid over het moment van die nieuwe tijd is nooit gekomen. Maar in de schaduw van zekerheid ontwaart zich een open einde, een ruimte waarin wij zelf de vrede mogen zijn die wij onszelf en de ander toewensen. Zullen we er ook in het nieuwe jaar weer voor gaan? Ik zeg graag ja.

– Richard van der Keur

Deze bijdrage is gepubliceerd in Samengaan nr. 3  2025  van Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Tholen.
       
 

In eeuwigheid verbonden

24/11/2025

 
AfbeeldingFoto Richard van der Keur
‘Op een dag zal ik van mijn schrijftafel opstaan, en mij van de woorden verwijderen. Van jullie, en van ieder ding apart.’ Zo opent het gedicht De vlucht van Marin Sorescu. Zoals zoveel grote schrijvers liet ook deze Roemeense woordkunstenaar een heel oeuvre na aan romans, gedichten en toneelstukken. Verhalen waarin de werkelijkheid in de kracht van verbeelding wordt gegoten, want juist de verbeelding leert ons vanuit een ander perspectief naar het leven te kijken, en ook naar ons éígen verhaal. Want schrijver, dat zijn we in wezen allemaal. We schrijven allemaal ons eigen levensverhaal. Misschien niet op papier, maar wel in het hart en in de omgang met anderen om ons heen, met soms onvoorziene plotwendingen.
 
Zo was ik langgeleden in Australië. Ik was negentien jaar, had nog nooit gevlogen, er bestond nog geen internet, geen mobiele telefoon, laat staan google translate. De reis was één grote test in het uithouden met alles wat je vreemd is, inclusief alleen zijn. Te midden van zoveel onbekendheid was daar op een dag opeens die ontmoeting met iemand die ik nooit eerder gezien had, maar met wie ik wel in een mooi gesprek belandde. Een ontmoeting op de juiste golflengte, zeg maar: elkaar moeiteloos op zielsniveau kunnen verstaan. Precies op dat ogenblik viel mijn oog op een heel kleine steen, dat vlak bij mijn voeten op de grond lag. Groen glanzend, ogenschijnlijk gladgeslepen en bijna doorzichtig. Noem het een teken, op de juiste plek, op het juiste moment. Ik wist: dit steentje gaat mee naar huis. Ik heb het voor altijd bewaard.
 
Ik moest hieraan denken toen ik voor een van de gedachtenisdiensten die ik afgelopen weken voorging, het Bijbelverhaal las over de doortocht door de Jordaan, in het boek Jozua. Als de voeten van de priesters het water aanraken valt het stromende water stil, er wordt een bedding van zand zichtbaar, en deze bedding opent een weg. Het volk kan de oversteek maken naar het beloofde land, in het licht van het verbond met de Eeuwige. In eigentijdse woorden zou je kunnen zeggen: waar Gods licht is, is een weg. En dan kun je de oversteek maken van onrust en onzekerheid naar vaste grond – de Eeuwige gaat je voor. Er worden stenen verzameld, stenen die het volk voor altijd aan hun bevrijding zal doen denken.
 
Waarschijnlijk herkennen wij dergelijke momenten ook in ons eigen leven. Juist als alle wateren je levenspad lijken te doen overstromen, voel je daar vroeg of laat weer iets van een zandbedding waarop je verder kunt. Wateren van verdriet en gemis maken weer ruimte. Even zie je een lichte glinstering van tekens van herwonnen hoop en vertrouwen. Al moeten we soms eerst ergens doorheen. Tastbare tekens, gebeiteld in je diepste innerlijk. Tekenen die ons herinneren aan onze eigen tocht, ons eigen levenspad, met ontmoetingen die ons vooruithelpen, armen die ons dragen, liefdevolle woorden die ons toevallen. 
 
‘Ook de zon zal achterblijven. Met de sterren en het ganse heelal’, zo klinken de laatste regels van het gedicht De vlucht. Inderdaad, ooit zal de zon ook voor ons achterblijven met de sterren en het ganse heelal. Juist dát visioen, dat weten, doet ons leven. Ook dit jaar zijn mensen ons voorgegaan. Maar als echte liefde de verbinding is tussen de plekken waar het Mysterie dat we God mogen noemen in jou en in de ander woont, gaat ook in afwezigheid van de ander die liefde niet voorbij. In onze vrijzinnige kerken is het in de maand november de gewoonte om de overledenen uit de geloofsgemeenschap bij name, hardop uitgesproken, te gedenken. Mensen met wie wij ons op enige wijze betrokken wisten. Maar ik vermoed dat in vele harten meerdere namen luid en duidelijk zullen blijven klinken. In het gedeelde licht van het herdenken, maar zeker ook daarbuiten, op andere dagen en op andere plekken. 
 
Laten de herinneringen aan hen die ons zijn voorgegaan tekens zijn voor ons leven – toen, nu en voor altijd. Samengevouwen in die ene naam. Zo gaan we nu op weg naar advent, tijd van verwachting. In eeuwigheid verbonden.

Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 15 2025, 
een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met  VVP Maasdijk en VVP Honselersdijk, Hervormde Wijkgemeente Oude Kerk Naaldwijk en Vrijzinnig Protestantse Wijkgemeente Uniekerk 's Gravenzande.

 
 

Als de storm gaat liggen

22/9/2025

 
Afbeelding
Voor zover ik mij kan herinneren, ben ik nooit bang geweest voor water.  Mijn vader was een waterrat en duwde mij als we gingen zwemmen zonder pardon het water in, ging mij voor in de schoolslag, tilde me op en liet me een paar meter verder weer neer plonzen. Zolang mijn vader in de buurt was, was ik niet bang.
 
Maar toen kreeg ik schoolzwemmen. In een vreemd dorp, groot zwembad en geen vader in de buurt. Nu schreeuwde er een badjuffrouw vanaf de kant, en keek daarbij zo boos, dat ik van slag raakte. Rugzwemmen was al helemaal een ramp, want dan raakte zij uit beeld en zwom ik helemaal scheef, zeg maar diagonaal, waardoor zij nóg harder ging schreeuwen. Wat met mijn vader in de buurt altijd vanzelf ging, ging nu opeens helemaal mis: de badjuffrouw blies al mijn zelfvertrouwen weg, zwaaiend met een enge haak.
 
Op een dag stuurde mijn moeder mij naar de Warme Bakker om brood te halen. Eenmaal voor de toonbank in de winkel, ietwat verlegen, viel mijn oog op een van de winkelbedienden achter de toonbank. Zij had iets bekends –  kort kapsel, rood haar. Alleen haar vriendelijke stem, die kon ik niet plaatsen.
 
“Dag Richard, kan ik je helpen?” vroeg ze.
Toen zag ik het. De badjuffrouw. De schreeuwjuffrouw.
 
Gehuld in een wit schort, zonder haak en de lucht van chloorwater, bleek zij uiterst menselijk. Niet veel later haalde ik mijn zwemdiploma.
 
Ik moest hieraan terugdenken toen ik deze zomer in Italië was, aan de kust van de Ligurische Zee. Op je rug drijven in het zoute water, je blik naar de hemel gericht, het geluid van de branding. Af en toe een golf, nooit woest, altijd rustig. Het is dat ik wist van de heersende oorlogen, hongersnoden en opkomende autocratieën, anders zou ik gedacht hebben dat ik in het paradijs was beland. Hier kon ik voor even het leven laten vieren. Online wordt dan offline, aardse verwachtingen schuif je opzij: er komt letterlijk weer lucht in lichaam en geest, je kunt herademen. Belangrijk, want het nieuws spoelt alle vanzelfsprekendheden weg. De berichten, bijvoorbeeld uit Gaza, laten ons zien we kunnen zakken. Hoe zorg je dat je te midden van zoveel onrust niet gaat wankelen of – om maar even in de zwemtermen te blijven – spartelen? Hoe houd je je blik gericht op wat houvast geeft?
 
Het begint met vertrouwen. In geloofsgemeenschappen als de onze leren wij dit vertrouwen breder te maken, wijder, dieper. Dan wordt datgene wat vertrouwen schenkt niet per se zichtbaar maar voelbaar. Het zwemt zich een weg naar binnen. Denk aan hoe Jezus in de verhalen van het evangelie over God spreekt. Hij, in wie zoveel mensen de gestalte hebben gezien van een nieuw begin, een nieuw leven, vrij van angst en verscheurdheid. Jezus die over het water liep …
 
In de tijd van de Bijbel stond het water voor dood. De Eeuwige heeft het water, de machten van de dood, onder zijn voeten, de chaos onder de knie. En zo wandelt ook zijn Zoon, in de gelovige ogen van evangelist Matteüs, in een rotsvast godsvertrouwen over de wateren van de zee. Jezus’ liefde is sterk als de dood. Geen storm blaast het opzij.
 
Hoe zit dat met ons? Durven wij de storm te trotseren? Niet meewaaien maar juist er tegenin? ‘Houd moed!’ roept de Levenwekkende. Gericht durven vertrouwen op wat leven geeft, de kracht van het Goede en daarnaar handelen. Boven alle maren. Niet alleen voor jezelf, maar voor elkaar. Dan zal eens de storm weer gaan liggen.

– Richard van der Keur

Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 12 2025, 
een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met  VVP Maasdijk en VVP Honselersdijk, Hervormde Wijkgemeente Oude Kerk Naaldwijk en Vrijzinnig Protestantse Wijkgemeente Uniekerk 's Gravenzande.





Als een hof van Eden

8/7/2025

 
Afbeelding
Onlangs zette ik Radio West aan, op weg naar het Westland. Het ging over de Nederlandse kampioenschappen Tegelwippen. Enthousiast vertelden bewoners uit de regio over hun strijd voor vergroening. Daar waar straten groen zijn, leven mensen doorgaans meer in harmonie met de omgeving. Echter, tegels winnen steeds meer terrein. Ons land verhardt niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk. Tot en met 31 oktober gaan gemeenten in heel Nederland de strijd met elkaar aan: wie wipt de meeste tegels? Een kampioenschap zonder rivaliteit maar met één gemeenschappelijk doel: natuur weer de ruimte geven. Den Haag staat op dit moment aan kop met 90.603 gewipte tegels, en dus met een evenredige hoeveelheid nieuw geplant groen. In het Westland staat de teller nu op 62.774, dus 568,37 gewipte tegels per duizend inwoners. De stand van mijn eigen woonstad Rotterdam is, zacht uitgedrukt, niet voorpagina-waardig.
 
Het was de dag van onze bijzondere traditie: de jaarlijkse tuindienst in Maasdijk. Het Blazersensemble Westland Brass uit Hoek van Holland verzorgde ook dit jaar weer de muziek – en hoe. Op de harmonieuze blazersklanken krijgen de liederen vleugels, en gezeten onder de bomen is de groenende kracht van de tuin niet alleen voelbaar maar ook eetbaar: verse kersen! Het thema was Tuin en bezinning. Die twee kunnen hand in hand gaan. 
 
Daarvoor reizen we af naar die befaamde tuin uit de Bijbel, de hof van Eden, zoals beschreven in Genesis 2. In dit hoofdstuk bezingt de verteller de schepping met kleur en hartstocht. Scheppen in de zin van majesteitelijk maken, niet gebonden aan tijd. Dan zien we een droge steppe, water welt op uit de aarde, een rivier bevloeit de aardbodem. De rivier vertakt zich in maar liefst vier grote stromen. Een hemels geschenk, want hun levenswater maakt de aarde vruchtbaar, en daarmee tot een hof. Een tuin waar alles groeit en bloeit en in vrede met elkaar samenleeft, in Gods goedheid met elkaar verbonden.
 
En wat is in dit alles de plek van de mens? Geschapen naar het evenbeeld van God, lezen we. Mens-van-God, levend op zijn adem, zijn Geest. Op die adem mag de mens de aarde dienen en behoeden. Vóór God, niet áls God. In het behoeden en bevorderen van de schepping ligt het leven, niet in het verpatsen daarvan. En daar wringt het, dat zien we dagelijks in het nieuws.
 
In de Hof van Eden stelt de Schepper alles tot onze beschikking. Een lusthof dus, om te genieten van een overvloed aan natuurlijke schoonheid. We plukken er de voedzame vruchten van. Kies maar uit, bomen genoeg. Maar … niet die ene boom. Die boom van de beleving van goed en kwaad. ‘Goed’ in de bijbelse zin van wat het samenleven bevordert, ‘kwaad’ in de zin van wat het samenleven belemmert. Deze boom herinnert ons aan onze grenzen. Overschrijden wij die grenzen, dan gaat het mis. Dat is wat het Bijbelverhaal ons leert. Niet als een historisch gegeven, maar als een dagelijkse realiteit. De mens door overmoed gedreven, zichzelf, elkaar en de wereld niet altijd tot zegen.
 
En toch. Ook in het gebroken licht van een onheilspellende werkelijkheid is een vlaag van de Hof van Eden dichterbij dan we soms durven geloven. Nog altijd mogen wij het verhaal van de schepping – het majesteitelijk maken, het goede dat leven wekt – handen en voeten geven, en een hart, als mens-van-God. ‘O ja, zo was het, laat ik vandaag opnieuw beginnen.’ Dan wippen we tegels, maken weer zacht wat is verhard, en horen we het ruisen van de bomen klinken als een blazersensemble dat ons weer vleugels geeft.

– Richard van der Keur

Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 9 2025, 
een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met  VVP Maasdijk en VVP Honselersdijk, Hervormde Wijkgemeente Oude Kerk Naaldwijk en Vrijzinnig Protestantse Wijkgemeente Uniekerk 's Gravenzande.

 

Vrede voor jou

4/5/2025

 
Afbeelding
‘Een straaljager scheurt
de stilte aan flarden. Twee
duiven stijgen op.’
 
Een kort gedicht heeft soms grote zeggingskracht, zoals deze van Hein Stufkens. Op 4 mei herdenken wij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. En misschien wel meer dan dat, want de roep om het herdenken breder te trekken dan wat zich binnen onze Nederlandse grenzen heeft afgespeeld tussen 1940 en 1945 wordt steeds luider. Oorlog trekt zich niets aan van tijd en grenzen, het is goed ons daarvan bewust te blijven. Daarin ligt de waarde van het herdenken, en gelukkig vinden er ook in het Westland op verschillende plekken herdenkingsbijeenkomsten plaats. De driekleur hangt die dag halfstok en zonder wimpel.
 
Het is goed om met regelmaat een moment stil te staan bij bijzondere gebeurtenissen in onze geschiedenis. Gebeurtenissen die onze samenleving op zeker moment hebben opengebroken en die we beter maar niet uit het oog moeten verliezen. Vrede is nimmer vanzelfsprekend, het is goed ons om ons daar telkens opnieuw bewust van te zijn. Want vrede is hard werken, met hoofd en hart, en met elkaar. Voor je het weet hol je achter de feiten aan en vliegen straaljagers de ‘stilte’ aan flarden. Letterlijk en figuurlijk.
 
In het licht van het afgelopen paasfeest mogen we vanuit de achtergelaten leegte opstaan in herwonnen vertrouwen. Dan spreekt de Eeuwige in je schoonste handelen, door handen die zich vouwen en ontvouwen en je tot handreikingen doen bewegen. Een mensenleven als lofzang op de goede vrede van de Eeuwige. In de Bijbel vinden we een goddelijk visioen van wat die vrede betaamt, zoals in de woorden van de profeet Jesaja: ‘Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.’
 
Als kind heb ik geregeld met een hooivork in de hand gelopen, en ik zag hoe boeren het land bewerkten met hun ploegijzers. Landbouwgereedschap dat mensen in de oudheid, toen veiligheid veel meer je eigen verantwoordelijkheid was, ook konden gebruiken om zichzelf en anderen te verdedigen tegen kwade indringers. In de profetische visioenen zien we de omkering hiervan. Vertaald naar onze tijd wordt de oorlogsindustrie dan weer omgezet in vreedzame, op voedselgerichte activiteiten. We moeten ons voorbereiden op oorlog, horen we nu zeggen in Den Haag en op het internationale defensietoneel. Maar laten we bij iedere herdenking vooral ook vasthouden aan de ons vertrouwde maar niet altijd even eenvoudige profetische omkering, dus: Laten we ons voorbereiden op vrede. Want daar waar vrede heerst, leert ook de Bijbel ons, is ‘heelheid’. Het leven is goed, gezond en veilig. Mensen leven er in harmonie met zichzelf, met elkaar en met God.
 
Laten we elkaar blijven toezingen: Vrede voor jou. Lied 421 uit het Liedboek. Eenvoudige woorden, eenvoudige melodie. Ik zing het lied steeds vaker met de gemeente na de zegenbede tot slot van de viering. Want waar wij de ander vrede gunnen, is een eerste stap naar vrede, of het behoud ervan, gezet. En gaan we terug naar onze eigen gedeelde geschiedenis: na 4 mei komt 5 mei. Dan vieren we de bevrijding. Oorlog heeft niet het laatste woord: tegenover de vlag van wanhoop wappert de vlag van hoop. Waar één straaljager de stilte aan flarden vliegt, stijgen twee duiven op.

 
 - Richard van der Keur
 
Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 6 2025, 
een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met  VVP Maasdijk en VVP Honselersdijk, Hervormde Wijkgemeente Oude Kerk Naaldwijk en Vrijzinnig Protestantse Wijkgemeente Uniekerk 's Gravenzande.


Geloof, hoop en ravage

1/5/2025

 
Afbeelding
Raakt religie weer in de mode? “Er hangt iets in de lucht, je ziet het in de kunsten”, las ik in dagblad Trouw. “De grenzen van de geest worden afgetast en dan komt religie weer in beeld.” Iets van dit vermoeden viel ook mij toe toen ik afgelopen december in Museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling Spiritualiteit zag. Later struinde ik opnieuw door de kunsten van spiritualiteit, nu door de gangen van het Kröller-Müller Museum in Otterlo, in Park de Hoge Veluwe. Naast de vaste collectie met veel Vincent van Gogh zagen we er de tijdelijke tentoonstelling Zoeken naar zingeving.
 
Bij het betreden van de eerste zaal zag ik een schilderij met een stilleven van citroenen op een tafel, en een fles. Op de wand achter het schilderij stond een citaat van Helene Kröller Müller (Essen, 1869- Otterlo, 1939) afgebeeld: “Als je je eens zult kunnen verplaatsen in het gemoed van iemand, die zóó citroenen heeft kunnen zien en ons vertolken, dan zal je van kunst genieten omdat je er uit voelt, dat er ten spijt van alles iets in de wereld is, waar wij telkens weer naar zoeken en telkens weer ontzag voor moeten hebben.”
 
Zoeken naar zingeving, zoals het in het Kröller-Müller heet, is van alle tijden. Dat zien we niet alleen in de verschillende religies, maar ook in de filosofie, de literatuur, de poëzie, en dus ook in de schilderkunst. Door de eeuwen heen hebben vele kunstschilders met hun penseel en kleurenpallet de diepere dimensie van ons alledaagse leven op doek proberen te vangen. Dat ‘iets’ in de wereld waar wij telkens naar zoeken en ontzag voor moeten hebben …
 
In diezelfde dagen, omgeven door zinderend vogelgezag in de uitgestrekte bossen aldaar, sloeg ik ter voorbereiding op een volgende gespreksochtend, of Zielsplek, een nieuw boek open van de Australische singer-songwriter Nick Cave, Geloof, hoop en ravage, dat hij samen met journalist Seán O’Hagan heeft gemaakt. Hierin vertelt de markante Cave onder meer openhartig over zijn ontdekkingstocht naar religie, en spreekt zelfs over het ‘nut van geloof’. Cave verloor een aantal jaren terug zijn zoon door een tragisch ongeval, en ontdekte in dit donkerste dal van zijn leven het genoegen van zondagmorgen in de kerk zitten. “We worden geacht ons vertrouwen te stellen in de rationele wereld, maar als de logica in die wereld ver te zoeken is, dan kan je behoefte aan een grotere betekenis het zomaar winnen van je ratio”, vertelt hij. “En dan kan plotseling blijken dat je ratio het minst interessante, meest voorspelbare en minst bevredigende aspect van jezelf is. Dat is in ieder geval mijn ervaring.”
 
Met Caves openhartigheid over zijn persoonlijke religieuze ervaringen in het achterhoofd, stond ik nu te midden van al die aan zingeving gerelateerde beeldende kunst. Niet verwonderlijk, al die huidige aandacht voor begrippen als zingeving en religie, want iedere tijd en iedere samenleving kent een geestelijke dimensie, lezen we ook in Zin in de samenleving. Nieuwe plekken van betekenis, verzet en perspectief, een nieuwe uitgave van Vrijzinnigen Nederland. In die geestelijke dimensie liggen, om met socioloog en filosoof Gabriël van den Brink te spreken, waarden verborgen, zingevingsvragen en angsten die spelen. De miskenning van de geestelijke dimensie en de onderschatting van ons eigen vermogen tot handelen, zegt hij, leiden tot frustratie, moedeloosheid en onbehagen. “De gangbare opvatting is dat mensen individueel zijn ingesteld, gericht op materiële belangen, rationeel zijn en er constant op uit zijn om te concurreren met elkaar.” En juist dit mechanische mensbeeld is wat bij het vormgeven van onze samenleving wordt gehanteerd: doelmatig, rationeel, vaak grootschalig, volgens regels en bureaucratisch. 
 
Al kun je er misschien niet altijd de woorden voor vinden, toch voel je welhaast als vanzelf aan, al struinend langs al die kunstwerken in het licht van religie, spiritualiteit en zingeving, dat we die eerdergenoemde geestelijke dimensie beter maar niet uit het oog moeten verliezen. Er bestaat immers ook nog wat we noemen een personalistisch mensbeeld, oftewel: een inclusief mensbeeld. Vanuit het of-of-denken (mechanisch) komen we dan via denken vanuit eenheid en verbinding (organistisch) bij het en-en-denken. Rechtlijnigheid versus de veelzijdige werkelijkheid.
 
“Mijn rationele werkelijkheid blaast minder hoog van de toren deze dagen en is minder zeker van zijn zaak”, zegt Nick Cave in zijn boek. “Ik geloof dat onze eigen positieve daden, onze kleine daden van liefde, door de wereld weerklinken op manieren die zich aan ons zicht onttrekken. Wat ik wil zeggen is: we betékenen iets. Onze daden betékenen iets. We zijn van waarde.”
 

 – Richard van der Keur   

Deze bijdrage is gepubliceerd in Samengaan nr. 1  2025  van Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Tholen.                                         

Licht op gelijkwaardigheid

22/2/2025

 
AfbeeldingFoto Unsplash.
In het park aan de Nieuwe Maas waar ik woon foerageren, vliegen en zwemmen allerlei soorten vogels. Sierlijke knobbelzwanen, kraaien, houtduiven, eenden met felgroene koppen: het is een bonte verzamelplaats van gevederde vrienden. Maar soms strijkt er een nieuweling neer in het gras. Zo verscheen daar jaren terug de nijlgans. Het begon met een tamelijk schuw echtpaar, maar inmiddels hebben zich hier meerdere soortgenoten gevestigd. Schuw zijn ze allang niet meer en ze kunnen goed voor zichzelf opkomen. Ik moet altijd een beetje om ze lachen, zeker als ze onderling ruziemaken, want dat kunnen ze goed. Sommige buurtbewoners spreken van ‘herrieschoppers’. De nijlganzen blijven een beetje de vreemdelingen, dat wil zeggen: in mensenogen.  
 
Maar wat is dat eigenlijk, een vreemdeling? Het begrip vreemdeling zet de zaken nogal eens op scherp. Dan gaat het over vreemdelingenbeleid, vreemdelingenhaat, of ‘jezelf vreemdeling voelen in eigen stad’. We groeien op in een bepaalde omgeving met haar eigen normen en waarden, regels en gewoonten. Hier voelen we ons geborgen en ontlenen hieraan een eigen identiteit. Liefst trekken we als het ware een cirkel om die geborgenheid: binnen die cirkel hoor je erbij, daarbuiten niet.  
 
Maar als we nu eens ruimhartig inzoomen op het beeld van de vreemdeling … Hoe vreemd is die ander dan werkelijk? Schuilt de vreemdeling niet even zozeer in onszelf? Misschien is de grens tussen de ‘goede’ en de ‘verkeerde’ kant van onze veronderstelde geborgenheid en onze normen en waarden wel minder scherp dan we denken. Aan welke kant staan wij als het er werkelijk op aan komt? Het is een vraag die ook in de Bijbel telkens weer wordt opgeworpen.
 
Neem het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Er ligt een gewonde langs de weg. Een priester passeert, dan een Leviet – mensen die zichzelf op het voetstuk wanen van ‘de geslaagden’ in de samenleving. Maar aan het meest wezenlijke gebod uit de geboden waaraan zij geroepen zijn zich te houden in naam van hun God, de Eeuwige – ‘Heb je naaste lief’ – gaan zij met een grote boog voorbij. Uiteindelijk is het een Samaritaan, een vreemdeling uit het volk waarmee de Israëlieten overhooplagen, in wie het gebod ‘heb je naaste lief’ werkelijk tot leven komt.
 
We scheppen voor onszelf graag duidelijkheid, willen grip hebben op wie we zijn en waar we staan. Maar wat als het lot ons treft? Je wordt ziek of lijdt verlies, moet noodgedwongen verhuizen; in een volstrekt nieuwe situatie kun je jezelf opeens een vreemdeling voelen. Of we herkennen in zo’n nieuwe toestand een dierbare naaste niet meer terug.
 
Wat als we konden liefhebben met heel ons hart, heel onze ziel en met heel onze kracht als een teken van openstaan, de ander in het licht zetten, zoals de Schepper zich opent en ons mensen in het licht zet. Licht op gelijkwaardigheid en daarmee gerechtigheid. En dan zien we, om in de geest van Huub Oosterhuis te spreken, een menselijk leven als een weg op aarde. Begaanbaar, dan weer onbegaanbaar.
 
Op die weg bieden bomen schaduw,
vinden we ‘gelijke rechten op geluk,
de zachte krachten van de solidariteit,
genadebrood voor ieder mens’.
 
In het Licht van de Eeuwige hoeven we geen vrede te hebben met een wereld waarin we elkaar apart zetten. Het is aan ons om te durven geloven in een wereld die één is, waarin iedereen gelijk is, en waar het leven voor iedereen leefbaar is. Een leven waarin die vermeende vreemdeling geen vreemdeling is, maar een mens in wiens hart het goddelijke net zo kan aarden en tot bloei kan komen als in het hart van eenieder. 
 
– Richard van der Keur


Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 3 2025, 
een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met o.a. VVP Maasdijk en VVP Honselersdijk.


SPIEGELEN

1/12/2024

 
AfbeeldingDaktuin Depot Boijmans van Beuningen. Foto: Richard van der Keur
Onlangs was ik zowaar een zondag ‘vrij’. Ik hoefde geen viering voor te gaan, mijn agenda voor die dag was leeg. Het werd een kunstzinnige zondag. Samen met Michel ging ik te voet naar het Depot Boijmans van Beuningen in onze thuisstad Rotterdam. Een betrekkelijk nieuw onderkomen en toch reeds een klein icoon. Je stapt in een soort massieve, glazen spiegelpot waar Museum Boijmans van Beuningen duizenden kunstobjecten heeft ondergebracht. Het eigenlijke museum ernaast wordt verbouwd, en zoals je kon verwachten loopt die verbouwing enorm uit en overstijgen de kosten ruimschoots de destijds gemaakte begroting. Maar het depot, zo weet ik nu, is een aardig alternatief omdat het een kijkje achter de schermen van de kunstcollectie geeft. Bovendien heb je vanaf het dak van de glazen pot een mooi uitzicht over de binnenstad van Rotterdam. Met zelfs een vleugje natuur, want er staan berkenbomen op het dak, met hun wortels in met gras bedekte stroken aarde. Met de ook daar aanwezige spiegelmuren zie je dit stukje strak vormgegeven natuur ook nog eens in tweevoud.

Het in spiegels verpakte museumdepot deed mij even een moment terugdenken aan de studiedagen van het Convent van Voorgangers, waar ik onlangs weer aan deelnam. Ieder najaar organiseert het bestuur van het Convent van Voorgangers een studie-etmaal in congrescentrum Mennorode, in Elspeet. Voorgangers van Vrijzinnigen Nederland en de Vereniging Vrijzinnige Protestanten komen hier twee dagen samen om met elkaar in gesprek te gaan over waar wij als voorganger in de praktijk zoal tegenaan lopen, maar ook om ons te laten inspireren door sprekers. Zo was er dit jaar onder meer de lezing Liturgie en protest. Interessant om te zien hoe sommige voorgangers en gemeenten een weg zoeken in de ontwikkelingen in onze maatschappij. Ontwikkelingen die we steeds minder soepel in het licht van het evangelie kunnen plaatsen, hoewel datzelfde evangelie evengoed nog zo vaak als bron van inspiratie dient voor het grote verhaal dat we delen. Of noem het een kompas. Hoe baan je jezelf een weg door onrust en verwarring? We houden ons vaak liever stil, richten ons op de zachte krachten. Maar is de kerk in al die zachtheid toch liever niet ook een plek van protest: een stil protest tegen onrecht? Want jazeker, er is nog altijd onrecht. Vele mensen waar ook ter wereld delven het onderspit, over dieren nog maar te zwijgen, en zelfs de aarde lijkt steeds meer te lijden onder ons gedrag. Je zou elkaar het vermogen gunnen om te spiegelen, in de zin van reflecteren. Echter, van spiegelen lijkt weinig sprake, integendeel. “Er lijkt een duidelijke tendens te bestaan: hoe rijker men wordt, hoe meer men bezit, des te hoger en solider de omheiningen worden waarmee mensen zich omringen omdat men meer te verliezen heeft”, schrijft filosoof en antropoloog Ton Lemaire in Tegen de tijd, een boek dat ik een jaar eerder op de conventsdagen vond op de boekenplank ‘om mee te nemen’.

Omheiningen worden hoger en solider. We timmeren omheiningen rond onze overtuigingen, rond onze meningen en rond de vermeende veiligheid van ons narratief. Maar nu is het advent. Opeens komt het kerstverhaal weer in beeld en zien we de contouren van een stil protest, een tegenbeweging in de heilige letteren. Heilig in de zin van apart zetten: een verhaal apart. Dan kijken we in de spiegel van de geboorte van het Kind, liggend in een kribbe, in een bedding van stro, omringd door dieren en herders, en de lieflijke zorg van zijn ouders. Drie Wijzen uit het Oosten volgen de ster en weten waar zij moeten zijn: links laten liggen wat je van je pad houdt, omarmen wat je op weg helpt. “De middelen spiegelen het doel en drukken uit wat je beoogt”, hoorde ik zeggen in de lezing Liturgie en protest.

 Je doel spiegelen. Uitdrukken wat je beoogt. Mijn vurige wens is dat wij in de weerspiegeling van het geboorteverhaal toch weer iets van onszelf mogen herkennen. Geen hoge omheiningen, geen gesloten hekken, maar luchtige muren, open luiken, een zonnig dak en een gedekte tafel voor wie aan wil schuiven. En dat we onze schatten van levenskunst met elkaar mogen blijven delen.

 – Richard van der Keur

Deze bijdrage is gepubliceerd in Samengaan nr. 3 2024  van Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Tholen.

Veranderland

12/8/2024

 
Afbeelding
Onlangs was ik in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch. Naast de vaste collectie die de geschiedenis van Noord-Brabant illustreert, is daar nu de tijdelijke tentoonstelling Veranderland. Een prachtig woord, en meteen maakte het allerlei gedachtes los. De tentoonstelling nodigt hiertoe uit: dwaal door de museumzalen, pak een reisgids vol weetjes mee en (her)ontdek het landschap om ons heen, ‘binnen én buiten de museummuren’. Wat betekenen de veranderingen in het landschap voor ons?

Wandelend door de zalen zag ik indrukwekkende landschapsschilderijen, zowel van oude meesters als van moderne kunstenaars. Waar ik ook keek, telkens werd mijn verbeelding geprikkeld. Een klein oud schilderij toont een boerderij omgeven met loslopende koeien, en verderop een veld met graan. Een boerenfamilie voorziet zichzelf van zuivel en voedsel. Even verderop toont een kunstzinnige film hoe ons huidige landschap letterlijk in de fik staat, hoe de vlammen steeds verder uitslaan, met een allesverwoestende werking.

Het is niet moeilijk om met deze vurige vlammen Veranderland ruimer te trekken dan het puur aardse landschap. Wie de presentatie van het nieuwe kabinet een beetje heeft gevolgd, met een verklaring van de nieuwe minister-president over ‘verbinding’ en ‘inclusiviteit’, zal ook hebben gezien hoe vervolgens de verbale vlammen uitsloegen in de plenaire vergaderzaal. Hoe vaker de minister-president zijn woorden van verbinding en inclusiviteit herhaalde, hoe leger de betekenis ervan bleek te zijn. Allesbehalve verbindend twitterden zijn eigen ministers en ‘opdrachtgevers’ er ondertussen realtime op los en schoffelden zijn woorden schaamteloos onderuit. Onthutsend.

Soms moet je even een moment heel bewust uit de waan van de dag stappen en terugkeren naar waar het ten diepste om gaat. Op enige afstand je omgeving kritisch bekijken. Waar ben ik in beland? Wat gebeurt hier? Wat is hier mijn plaats? Hoe blijf ik op koers? Het mooie van een geloofsgemeenschap als de onze is dat je die kritische blik openlijk in overweging kunt nemen. Wij hebben immers een oude bron, de Bijbel, dat bij uitstek rijk is aan kritiek op heersende machten van uitsluiten en tekortdoen. Het leert ons kritisch te kijken vanuit geloof.

Geloven in de God van het Oude Testament, de God die christenen later hebben herkend in het handelen van Jezus van Nazareth, is tegen alles in vasthouden aan de zaak waar deze God voor staat: menselijk, rechtvaardig en liefdevol samenleven, bevrijd van de tirannie van andere goden, die van Geld, Angst, Ik-eerst. Goden die ons klemhouden en ons zicht hinderen op wat vrijheid ten diepste betekent. Theoloog en schrijver Rochus Zuurmond verwoordt het in zijn boek God en de moraal als volgt: “Geloven is nooit en te nimmer accepteren dat haat en geweld – met daaraan gekoppeld pijn en verdriet – absoluut onvermijdelijke, goddelijke zaken zijn.” In de beweging van geloven vallen er woorden als gerechtigheid, barmhartigheid, vrijheid, liefde en vrede. Op die weg mogen wij onder alle omstandigheden, samen of alleen, blijvend zoeken naar tekenen van een goede, menselijke en vreedzame samenleving. Vandaaruit kunnen wij verder.

Veranderland. Mooi woord. In mijn persoonlijke Veranderland ligt de herinnering aan de Maaltijdviering die ik onlangs in onze geloofsgemeenschap mocht voorgaan. We braken het brood, schonken de wijn. Brood als manna, het ‘geschenk uit de hemel’. Delen in vriendelijkheid, de ander werkelijk zien, de ander werkelijk verstaan. Delen in wat wij elkaar als naasten te geven hebben, hoe weinig dit soms ook mag lijken. In ons streven naar medemenselijkheid, de ander iets gunnen, ligt het vertrouwen op voldoende. En als je eenmaal het weinige als voldoende ervaart, ligt een leven in overvloed dichtbij. Geen overvloed in de zin van overdaad, maar overvloed in de zin van waarde zien in wat je hebt en in die waarde kunnen – en durven – delen. Een wijze van leven, in scheppend licht, tegen stromen in, ademend in vrede.

– Richard van der Keur

Deze bijdrage is gepubliceerd in Samengaan nr. 2 2024 van Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Tholen.


De uil van Mankes

13/6/2024

 
Afbeelding
Menigeen is het inmiddels opgevallen. Daar waar ik voorga, gaat de uil van Jan Mankes mee. Niet letterlijk, het betreft een afbeelding van het bekende schilderij op een insteekmapje waarin ik de liturgie en overdenking van de betreffende zondagmorgen bewaar. Geen viering zonder de uil van Jan Mankes, ‘de schilder van de tederheid’.
 
Ik moet aan dit schilderij denken nu we voorbereidingen treffen voor de tuindienst van 2 juni, dit jaar tevens een streekdienst, in Maasdijk. Muzikaal begeleid door het blazersensemble uit Hoek van Holland. We zullen die ochtend gaan ‘kijken in verwondering’, en het is mooi om te zien hoe deze manier van kijken vooral ook in het alledaagse ligt besloten, voor wie er aandacht voor heeft. Jan Mankes (1889- 1920) verstond die kunst. Deze jonggestorven schilder, echtgenoot van Anne Mankes-Zernike, de eerste vrouwelijke predikant in ons land, schilderde vaak dicht bij huis, en streefde in zijn manier van kijken naar liefde. “Waarlijk groot is hij die een grote liefde bezit. Veel geld verdienen, van de mensen geprezen worden, ‘er zijn’ zo men dat zegt, wat kan dat soms weinig te maken hebben met die liefde, welke laatste toch het einddoel is”, schreef hij in een van zijn brieven. Die liefde zien we terug in zijn kunstwerken. “Wat mij het meest aanspreekt in Jan Mankes, is de bezieling waarmee hij leefde in de luwte van de samenleving”, zegt biograaf Rémon van Gemeren. “Het liefst was hij in de natuur en in zijn atelier, waar hij vervulling vond voor het essentiële van zijn bestaan.”
 
In zijn werk zie je een zekere mate van ‘beheerste hartstocht’. Ingetogen en introvert als de kunstenaar was, wist hij met zijn penseel zijn vervoering over te brengen tot vervoering bij anderen. Zijn ingetogen werk doet mij telkens weer denken aan een paar dichtregels uit het gedicht Alles wat waar is van Heins Kahlau …
 
Alles wat waar is,
kan zachtjes zijn.
Voor ons oor.
Geen mens kan horen
wat de uil hoort.
 
Hoe mooi. Geen mens kan horen wat de uil hoort … Niet met het blote oor. In die gedachte weerklinkt voor mij de fluistering van geloven.

– Richard van der Keur


Deze bijdrage is gepubliceerd in Vrije Ruimte nr. 8 2024, een uitgave van Vrijzinnig Westland, een samenwerkingsverband met o.a. VVP Honselersdijk.

<<Previous

    Richard van der Keur

    Enkele korte overwegingen/columns geschreven voor Samengaan, (kwartaalblad van Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Tholen), Vrije Ruimte (driewekelijkse uitgave van Vrijzinnig Westland) en Stemmen Vrijzinnigen Schiedam-Rotterdam).

    RSS-feed


  • WELKOM
  • NIEUWS
  • BLOGS EN MEER
    • Van de voorganger
    • Overwegingen >
      • Alles wat ademt
    • Artikelen
    • Kort verslag
  • MUZIEK
    • youtube en spotify
    • liedconcert
    • liedteksten
  • AGENDA
  • CONTACT